De Noord-Limburgse Teutenkamer

Wat verdienden de Teuten?

Een eenvoudige boekhouding

Bij de Hollandse Textielteuten van de 18de en 19de eeuw noteerde de boekhouder bij de jaarlijkse afrekening al het beschikbaar kapitaal dat uitstond bij bankondernemingen of bij compagnieleden. Alle munt werd op het einde van het handelsseizoen
zorgvuldig geteld en omgerekend naar de Hollandse rekenmunt. In die periode circuleerden immers nog talloze muntsoorten met erg verschillend gehalte en waarde.

De winst werd begin januari na de terugkomst in het eigen dorp berekend. Uit een grondige studie van de bewaarde kasboeken blijkt dat de meeste Teuten erg spaarzaam bleven en het grootste gedeelte van hun winst in het bedrijf investeerden. Zelfs na hun vertrek uit de compagnie werd het privé-aandeel nog geruime tijd in de compagnie gelaten.

Gemiddeld verdiende in de compagnie Rijeken iedere vennoot – in de periode 1797-1919 – ruim 1000 tot 2000 gulden (Hollands) (= ca. 2000 à 4000 frank) per jaar. Op lokaal vlak behoren zij met dit jaarinkomen ongetwijfeld tot de topklasse. Aan de andere kant mogen we ze zeker niet als kapitalisten beschouwen, zoals de volksmond dit al te dikwijls stelde. Goed geschoolde arbeiders verdienden anno 1850 ca. 250 à 300 gulden terwijl bijv. de succesvolle Helmondse linnenfabrikanten toen 5.000 tot 10.000 gulden winstaandeel beurden.

 

Teutenregister Geenkens
St Huibrechts-Lille 1810

De Teutenschat

Van Hendrik Ballings uit Hamont

Na het overlijden in 1845 van de Hamontse Teut Hendrik Ballings, werd op zijn zolder een geweldige spaarschat ontdekt De notaris had twee dagen nodig om 28 muntzakken te tellen. De totale som bedroeg 45.023 goudfranken, in die tijd
goed om de meeste huizen op de markt van Hamont aan te kopen!

In de zakken bevonden zich:
268 gouden 20 frankstukken uit Frankrijk
721 Franse kronen
500 Louis d’ or
500 Nederlandse 10 guldenstukken
156 Hollandse ducaten
48 Hollandse gouden ducaten
31 halve gouden rijder
24 Nederlandse 5 guldenstukken
450,40 gl Nederlands kopermunt
146 Brabantse kronen
42 halve Franse kronen
63 vijffrankstukken
63 Brabantse kronen
9 % Franse kronen
Hollandse rijksdaalders en ducatons ter waarde van 518 fr
152 gulden Nederlands
1000 oude Hollandse gulden
1000 gulden Nederlands in stukken van 5 stuiver courant
468 gulden in Hollandse leeuwen
1040 gulden in Hollandse leeuwen
400 gulden in Hollandse specie
500 gulden Nederlands geld
861 frank

Het was een hele klus voor de notaris om al deze verschillende muntsoorten correct te waarderen…

 

Muntschat gevonden in de Hoogstraat te
Hamont, van de familie Van Winkel.
Internationale zilveren munt (Franse kronen)

Spelen met geld

Het was voor de Teuten in de 18de en 19de eeuw geen sinecure om hun winst of verlies te berekenen. In die tijd immers werd er nog met tientallen soorten munten, van verschillend ‘allooi’ gehandeld. Met een weegschaaltje werd de betrouwbaarheid van de munt, vooral goud, gecontroleerd. In de boeken werd dan de waarde van deze munt omgezet in de rekenmunt, de Hollandse gulden.

Een voorbeeld uit het kasboek van de compagnie Rijeken verduidelijkt één en ander:
Bij de afsluiting van het boekjaar 1824 op 13 december werd het contant geld dat in de compagnie beschikbaar was berekend. Dit geld was toen in bewaring bij vijf instanties: drie groothandelshuizen in Holland, de Koek, H. Moll en J. Smits en twee leden van de compagnie, J. Simons
en W. Rijeken (hier genoemd ‘Aan de Poel’, nl. het stamhuis van de familie Rijeken in Hamont). De munten werden gewaardeerd in ‘Hollandse’
gulden, onderverdeeld in stuivers en penningen.

De meest gangbare munten in het begin van de 19de eeuw waren: de Franse kroon, de Brabantse kroon, de gouden Louis d’or, de gouden Napoleon (20 francs), het 10-guldenstuk en het bescheiden 5-stuiverstuk. In de rekening werd bij elke munt de waarde in stuivers uitgedrukt en dan omgerekend naar de Hollandse gulden, de rekenmunt.
Zo is de vermelding 406 fr Croone 55 f 1116=10: de som van 406 stukken Franse kroon, gewaardeerd aan 55 stuiver en dus in totaal de som van 1116 gulden en 10 stuivers. De f staat voor fecit = maakt.

 

Dubbele Louis d’or

Enkele Louis d’or

Brabantse kroon

Hollandse ducaat

Franse kroon

Teutenkasboeken

Kasboeken zijn zeldzame maar kostbare getuigen van de handel en wandel van de teuten. De meeste kasboeken zijn registers waarin de
bestellingen van de klanten genoteerd werden. Zeer zeldzaam zijn de kasboeken met de jaarrekeningen van de compagnie. Een dergelijk
exemplaar is bewaard van de compagnie Rijcken uit Hamont.

 

Kasboek van de Compagnie Rijcken
(1798 – 1826)

Inventaris 1854 van de
teutenzaak Rijcken in Brielle